In een wereld waar we dankzij technologie steeds minder moeten doen, is zelf je leven in handen nemen belangrijker dan ooit.


Eten, winkelen, entertainment... We regelen steeds meer dingen met een druk op de knop. Interactie met de werkelijkheid en met andere mensen kunnen we tot een minimum beperken. Voor zowat alles bestaat een gestroomlijnde app en alles kan aan huis geleverd worden. De virtualisering van de wereld staat nog in haar kinderschoenen, maar de voor- en nadelen ervan zijn nu al zichtbaar.

Eerst de nadelen: door allerhande apps en technologieën te gebruiken, vergroot de afstand tussen onszelf en de materiële wereld. Het is niet meer noodzakelijk dat we weten hoe onze keuzes tot resultaat leiden, of dat we iets doen om tot resultaat te komen. Onze manier van leven en van in-de-wereld-zijn verandert. We worden afhankelijker en passiever. We hebben minder vaardigheden en competenties nodig, waardoor we ze verliezen. Ook het leerproces verliezen we: de ervaringen van handelen en beter worden die met het verwerven van vaardigheden samenhangen. (Zie ook De prijs van de makkelijke optie).

De verbeterende technologie, en de virtualisering van onze wereld die daarmee gepaard gaat, heeft ook enorm positieve gevolgen. We moeten zelf steeds minder doen en we kunnen meer dan ooit taken uitbesteden. Er blijft dus meer tijd over om ons leven in te vullen zoals we dat zelf wensen. Al die gestroomlijnde apps en online winkels met next-day-delivery zorgen er ook voor dat we meer tijd dan ooit hebben voor zelfontplooiing.[1]

Meer en betere opties

Bovendien worden de mogelijkheden om aan zelfontplooiing te doen alsmaar talrijker en beter. Niet alleen hebben we veel meer opties dan enkele decennia geleden, de opties die we al hadden worden kwalitatiever.

Neem bijvoorbeeld de evolutie van TV-series. Televisie mag dan passief entertainment zijn, passiviteit komt in gradaties. Sommige programma's dwingen je om aandachtig te zijn en na te denken, anders ben je niet mee. Bij andere kan je vegeterend in de zetel liggen. House of Cards en Blokken zijn beide televisie, maar daar stopt elke vergelijking. De beste TV-series nu zijn complexer dan de beste series vroeger. Ze hebben meer personages en verhaallijnen, en voor het verhaal relevante informatie wordt minder duidelijk gepresenteerd of zelfs weggelaten. Je moet mentaal harder werken om de serie te kunnen volgen, om betekenis te kunnen geven aan wat je ziet. Ze is cognitief uitdagender.[2]

Ook iets nieuw leren wordt makkelijker en leuker. Ik leer nu koken dankzij Hello Fresh. Zij sturen je ingrediënten en een recept op, jij maakt vanaf dag één een lekker gerecht. Naarmate je meer ervaring opdoet hoef je het recept niet meer elke minuut te checken. Het is slechts een kwestie van tijd voor het helemaal overbodig wordt. Natuurlijk kan je dit ook bereiken met Ons Kookboek, maar dan moet je zelf naar de supermarkt. Daar was ik nooit aan begonnen, en dan had ik nu nog niet kunnen koken.

In het vorige stuk was ik kritisch over de GPS omdat wie blind de gesproken instructies volgt veel verliest. Maar wie de gesproken instructies afzet en de GPS gebruikt als een meebewegende kaart, verliest nauwelijks. Ja, je hoeft niet meer te weten waar je bent, dat doet de satelliet. Maar je moet wél nog altijd nadenken over waar je vertrok, waar je naartoe gaat, en hoe de werkelijkheid rond jou correspondeert met wat je op de kaart ziet. De hoeveelheid cognitief werk die van je verwacht wordt blijft grotendeels hetzelfde, maar je hoeft niet meer te sukkelen met papieren kaarten. Dat maakt leren navigeren aantrekkelijker dan vroeger.[3]

7 minute workout-apps houden ons fit. E-readers maken het gemakkelijker en goedkoper om te lezen. Dankzij het gebruiksgemak van Spotify leer ik meer muziek kennen dan ooit tevoren. Duolingo maakt talen leren leuker, en dat verhoogt de kans dat je ermee begint, waarna de vooruitgang je blijft motiveren. Voor wie Duolingo te speels is: Harvard biedt gratis een cursus macro-economie aan online, veel succes.

Een groter bereik van ervaringen

Dus, we moeten minder doen, houden daardoor meer tijd over om onszelf te ontplooien en hebben daarvoor meer en betere opties. Die tendens zet zich alleen maar verder. Dat klinkt als een geweldig toekomstbeeld, en dat kan het ook zijn, op voorwaarde dat we er daadwerkelijk in slagen die mogelijkheden te benutten. Want leven in zo'n wereld kan twee kanten op gaan. Wie niet uit zichzelf dingen doet, hoeft ook niets te doen en kan een next level couch potato worden. Wie wel uit zichzelf dingen doet, heeft meer en betere opties dan ooit. De mogelijke levens die je kan leiden liggen verder uit elkaar, dus zelf je leven in handen nemen is belangrijker dan ooit.

Zowel tussen activiteiten als binnen dezelfde activiteit is een groter bereik van mogelijke ervaringen mogelijk. Een activiteit kan of meer dan ooit voldoening en cognitieve uitdaging schenken, of meer gedachteloos en passief zijn. Dat vergroot het belang van bewust leven nog. Laat me dat illustreren met twee voorbeelden.

Het internet biedt een ongekend potentieel om te leren uit de ervaring van anderen. Maar je moet die informatiestroom zelf cureren. Wanneer je niet zelf actief op zoek gaat naar andere perspectieven, zullen Facebook en Google bepalen wat je te zien krijgt. Zij spenderen miljoenen zodat hun algoritmes voorspellen wat je wilt lezen. Hierdoor blijf je langer online en krijg je meer advertenties voorgeschoteld. Wie niet oplet, belandt meer dan ooit in een echokamer waar enkel het eigen perspectief wordt versterkt.[4]

Ook in computergames vergroot het bereik van mogelijke ervaringen. Mijn eerste playthrough van Diablo III was erg leuk, boeiend en cognitief uitdagend.[5] Maar ook hier is er een keerzijde. Honderd uur later is mijn 'Diablo III'-speelervaring helemaal veranderd. Ik hang passief in mijn stoel, herhaal gedachteloos dezelfde bewegingen om iets betere items te vinden zodat ik daarna weer gedachteloos dezelfde bewegingen kan herhalen om nu 10% sterkere monsters te verslaan. Er is geen leerproces meer, geen cognitieve uitdaging, beslissingen zijn geautomatiseerd. Toch heeft het mij heel wat passieve uren spelen gekost vooraleer ik besefte dat het tijd was voor iets nieuws. Gamestudio's maken een spel zo verslavend mogelijk, en worden daar ook steeds beter in. Het wordt moeilijker om te stoppen met spelen. Langs de andere kant bieden toekomstige games een nog rijkere eerste playthrough ervaring, bijvoorbeeld dankzij virtual reality.

Steve Jobs had het ooit over 'lean back' en 'sit forward'-media. Dat ging over televisie versus het internet, maar de metafoor is breder bruikbaar. We kunnen opteren voor een leven op het puntje van de metaforische stoel: geboeid, geëngageerd, rijker, interessanter, meer voldoening schenkend. Kortom, ons leven kan beter dan ooit worden. Of toch als we daar bewust voor kiezen. Indien we dat niet doen, zullen we automatisch de weg van de minste weerstand volgen. Dan zijn we overgeleverd aan wat bedrijven, die onze aandacht willen vasthouden om ze te kunnen verkopen, ons inlepelen. Dan verliezen we het gevoel van iets te leren, de tevredenheid van iets te kunnen en de ervaring van iets te doen.

Voor wie geen next level couch potato of Wall-E mens wil worden, is en wordt je leven in handen nemen belangrijker dan ooit - en de beloning daarvoor groter dan ooit.

Dit stuk, en de vorige twee, had als doel de ideeën van Matthew B. Crawford te introduceren. Zijn boeken 'Shop Class as Soulcraft' en 'The World Beyond Your Head' zijn bij de meest boeiende die ik de laatste jaren gelezen heb. Meer daarover in Matthew B. Crawford.



  1. Die evolutie bestaat natuurlijk al van voor het smartphone-tijdperk, denk maar aan de uitvinding en verspreiding van huishoudtoestellen. Het verleden leert ons dat het geen zekerheid is dat we die vrijgekomen tijd gebruiken voor zelfontplooiing. Met de tijd die vrijkwam door huishoudtoestellen zijn we voornamelijk meer betaald werk gaan doen. (Al kan een job natuurlijk ook een manier van zelfontplooiing zijn.) ↩︎

  2. Dit gaat niet alleen op voor topseries, maar ook voor mainstreamtelevisie. De soap Thuis is nu veel complexer dan twintig jaar geleden. Zelfs Blokken is complexer dan een vergelijkbaar programma uit het verleden zoals Het Rad van Fortuin. Hetzelfde geldt voor games. Het boek Everything Bad is Good for You. How Popular Culture is Making Us Smarter is een zeer leesbare aanrader over dit onderwerp. ↩︎

  3. Wie worstelen met papieren kaarten een charmant idee vindt, kan dat natuurlijk nog altijd. ↩︎

  4. Dat geldt niet enkel voor de verzuurden die op Facebook commentaar geven bij HLN-artikels, maar ook voor mezelf. Pas toen ik toevallig een Brits conservatief magazine vastnam, kreeg ik een helder en rationeel pleidooi pro Brexit te lezen dat ver van de 'oude bekrompen halve racisten'-framing lag die 'mijn' media al maanden domineerde. Ook de Trump-berichtgeving focust wel erg hard op marginale hillbillies en vermeldt zelden dat bijvoorbeeld een aanzienlijk deel van blanke hoogopgeleide vrouwen zegt op Trump te zullen stemmen, zelfs na het uitkomen van een geluidsopname waarop Trump opschept over het aanranden van vrouwen. ↩︎

  5. Voor de niet gamers: de eerste playthrough van een computerspel is een cognitief veeleisende ervaring. Je moet een nieuwe wereld begrijpen en erin navigeren. Je moet probleemoplossend denken en beslissingen nemen, zowel op korte als op lange termijn. Van 'schiet daarop' tot 'hoe speel ik deze level uit?'. In contrast met een spel zoals Monopoly, waar de regels van bij het begin gekend zijn en je alleen beslissingen hoeft te nemen, moet je ook nog eens uitzoeken wat de regels zijn ('Hey, dat monster kan dat doen', 'Ik kan zo diep springen zonder leven te verliezen'). Games verplichten je om een leerproces door te maken dat cognitief uitdagend is. De voldoening als het lukt is daardoor des te groter. In tegenstelling tot wat niet-gamers denken kennen games vooral veel momenten van zoeken en frustratie, slechts occasioneel afgewisseld met een bevredigend gevoel. Games geven je voornamelijk delayed gratification. ↩︎