De vorige drie stukken waren geïnspireerd door Matthew B. Crawford, volgens mij een van de interessantste denkers van de afgelopen jaren. Dit stuk gaat dieper in op zijn denken.

In Shop Class as Soulcraft heeft Crawford het over hoe waardevol omgaan met de materiële werkelijkheid is. Iets zelf doen is een rijkere, diepere ervaring dan een druk op de knop. Wie eten bestelt in plaats van zelf te koken geeft veel op. Wie kiest voor hapklare totaalervaringen verliest de mogelijkheid om zelf zijn ervaring te sturen.

Door onze aandacht te richten en met de wereld te interageren, leren we te zien wat hij affordances noemt. Wat voor ons een bloederige brij is, is voor een chirurg een specifieke breuk die om een specifieke behandeling vraagt. Door met de werkelijkheid om te gaan, leren we bij en zien we daardoor de wereld op een andere manier. We zien niet gewoon objecten, maar mogelijkheden. Die stellen ons in staat om iets te doen - of iets net niet te doen. De werkelijkheid voedt ons denken en vormt ons.

Die wisselwerking contrasteert met het beeld dat we vaak van 'aandacht' hebben: als een zoeklicht. In de constante stroom van sensorische input richten we onze aandacht op iets specifieks. Daar vellen we dan een autonoom oordeel over. Het individu heeft een zekere onafhankelijkheid van de wereld rond hem. De werkelijkheid is niet iets dat ons beperkt en beïnvloedt, maar een van onszelf losstaande omgeving waarin we onze eigen wensen proberen te realiseren. Het spreekt voor zich dat Crawford het niet eens is met deze visie.

Zijn laatste boek, The World Beyond Your Head, bouwt hierop verder. Onze wereld blijft verder virtualiseren. Voor alles bestaat een app en we zijn steeds verder verwijderd van de materiële werkelijkheid. We zijn geen handelende mensen in de wereld, maar we gaan om met representaties van de wereld. Maar als de 'aandacht-als-zoeklicht' theorie niet klopt, hoe komt het dan dat we erin geloven?

Volgens Crawford zijn de verlichtingsfilosofen hiervoor verantwoordelijk:

"Kant en andere verlichtingsdenkers bouwden een hoge muur tussen onze geest en de wereld. De oorsprong van de verlichting was politiek, als een rebellie tegen almachtige koningen en bisschoppen. Hen werd macht, maar ook kennis en inzicht toegeschreven die anderen niet zouden kunnen bezitten. De verlichtingsdenkers verzetten zich daar terecht tegen. Maar om ons te bevrijden van deze autoritaire claims op kennis, moesten ook getuigenissen en waarnemingen worden gewantrouwd. Denkers als Descartes, Locke en Kant trokken deze lijn door naar de epistemologie (de kennisleer, die onderzoekt wat wij kunnen weten over de werkelijkheid): we kunnen niets buiten onze eigen geest vertrouwen. Volgens hen ervaren we de wereld via interne, mentale representaties van de werkelijkheid."[1]

Deze manier van denken heeft de afgelopen eeuwen onze visie op hoe we met de werkelijkheid omgaan bepaald. Ze is een vruchtbare culturele grond voor de virtualisering van onze wereld. Maar ze is - volgens Crawford - ontstaan omdat ze noodzakelijk was om een politiek punt te maken, niet omdat ze correct is:

"Dit beeld klopt niet: er bestaat geen muur tussen ons en de rest van de wereld. We maken weliswaar gebruik van representaties, maar de werkelijkheid komt tot ons omdat we er deel van uitmaken en ermee interageren. Dat zie je goed bij ijshockeyspelers of motorcoureurs die op het hoogste niveau presteren. Niet een mentale representatie, maar hun stick of motorfiets zijn de instrumenten waarmee ze met de wereld buiten hun hoofd interacteren. Ze gaan op in de realiteit en gebruiken hun stick of motorfiets als een verlengstuk van hun cognitie en hun lichaam. Er is geen muur, maar zuivere concentratie en aandacht."[2]

Dit is niet gewoon een verschil van mening over epistemologie zonder praktisch nut. De virtualisering van onze wereld maakt deze filosofische discussie dringender en belangrijker dan ooit. Als we onszelf zien als autonome individuen die losstaan van de wereld, valt die virtualisering toe te juichen. Als het ultieme mens-zijn de ongehinderde uitoefening van onze autonome vrije wil is - kiezen in plaats van doen - is het goed dat we ons minder moeten bezighouden met trivialiteiten als de materiële werkelijkheid.

Maar wanneer we onszelf in de eerste plaats als kiezer zien, zijn we kwetsbaarder voor de manier waarop die keuzes voorgesteld worden:

"Een persoon wiens waardigheid als een vrij en rationeel wezen afhangt van het afschermen van de onvoorziene omstandigheden van de materiële wereld, is een fragiel persoon die het moeilijk heeft om conflict en frustratie te tolereren. En deze fragiliteit maakt hem beïnvloedbaarder voor degene die de meest fascinerende representaties presenteert en hem een directe confrontatie met de wereld bespaart. Doordat deze representaties tot ons worden gericht, laten ze ons toe om comfortabel te blijven in een 'ik-wereld' van gemaakte ervaringen."[3]

Het gaat niet alleen om apps. Onze aandacht wordt op allerlei manieren opgeëist en gemanipuleerd. Reclame neemt steeds meer de publieke ruimte in. Van elke mogelijkheid daartoe wordt gebruik gemaakt: beelden, audio, zelfs geuren. Iemand anders, zoals de algoritmes van Silicon Valley of de reclamemakers van Madison Avenue, maakt steeds vaker onze ervaring. Zij zijn wat Crawford 'keuzearchitecten' noemt. Ze sturen en manipuleren onze aandacht om er hun voordeel mee te doen. Door de technologische vooruitgang slagen ze daar steeds beter in en wordt het moeilijker om ons ertegen te verzetten - of er zelfs maar bewust van te zijn.

Volgens Crawford bestaat de remedie erin om het beeld van jezelf als autonome kiezer te laten varen. De oplossing is niet om meer afstand te nemen van de werkelijkheid - met zijn beperkingen en frustraties - maar om erin te handelen. Dat vereist een onderwerping aan de werkelijkheid:

"Iets buiten onszelf dat boeiend genoeg is en een bekwame betrokkenheid vereist, kan ons uit onszelf en in 'the world beyond our heads' trekken. Niet als passieve consumenten, maar als mensen die handelen in de wereld. Dat vereist dat we ons onderwerpen aan dingen die hun eigen wil lijken te hebben en die weerspannig zijn. Of dat nu een muziekinstrument bespelen, het bouwen van een brug of tuinieren is: als ze onze aandacht structureren, kunnen deze zaken een soort autoriteit voor ons zijn."[4]

Dat vergt een andere manier van denken. De werkelijkheid is geen te betreuren beperking van onze autonome wil. Ze is het kader voor de meest voldoening gevende menselijke ervaringen:

"Termen als 'onderwerping' en 'autoriteit' klinken verontrustend. Ze vloeken met onze moderne tijd, en dat is net het probleem. Dingen zoals uitgebreid koken voor een belangrijke gelegenheid, sporten, musiceren met andere mensen, dingen bouwen of herstellen, creëren 'ecologies of attention' die coherentie geven aan ons mentaal leven. Dit in tegenstelling tot de mentale fragmentatie die ons hedendaagse leven definieert.


Onderwerping en autoriteit zijn geen bronnen van onvrijheid, zoals de moraliteit van het virtuele ons laat geloven. Ze zijn de noodzakelijke voorwaarden voor de meeste menselijke prestaties die de moeite waard zijn."
[5]

In Crawford's woorden:

"[We need to shift our] concern from freedom to agency. The imperative then is not to guard one's independence, but to become skilled."


Voor wie meer van Matthew Crawford wil lezen:

Shop Class as Soulcraft, zijn boek uit 2009, heeft het over de waarde van omgaan met de materiële werkelijkheid.

The World Beyond Your Head uit 2015 is zoals gezegd ambitieuzer en filosofischer, maar ook (nog) interessanter.

Essays (beginnend met het vlotst leesbare):
The Case for Working With Your Hands gaat over hoe zijn levensloop (hij is filosoof en professioneel mechanieker) hem de inzichten voor zijn eerste boek gaf.

Shop Class as Soulcraft gaat over dezelfde onderwerpen als het boek.

Virtual Reality As Moral Ideal gaat over de virtualisering van de wereld, met kindertelevisie als voorbeeld.

How we lost our attention gaat dieper in op de verlichtingsfilosofen en epistemologie.



  1. Uit een interview met Matthew B. Crawford in De Standaard. ↩︎

  2. Uit hetzelfde interview. ↩︎

  3. "A self whose dignity as a free and rational being depends on insulation from the hard-to-master contingencies of the material world would seem to be a fragile self, one that has a hard time tolerating conflict and frustration. And this fragility, in turn, makes us more pliable to whoever can present the most enthralling representations that save us from a direct confrontation with the world. Being addressed to us, these representations allow us to remain comfortable in a “me-world” of manufactured experience."
    Uit Virtual Reality As Moral Ideal, net als de quotes erna. ↩︎

  4. "A sufficiently involving object that demands skillful engagement can pull us out of ourselves to join the world beyond our heads, not as passive consumers of manufactured experiences, but as people who act in the world. Doing so requires submitting to things that have their own intractable ways, whether the thing be a musical instrument, a garden, or the building of a bridge. Things can serve as a kind of authority for us, by way of structuring our attention." ↩︎

  5. "Terms like “submission” and “authority” are jarring to the modern ear, and that is precisely the issue. Cooking an elaborate meal for an important occasion, playing sports, playing music with other people, building things, fixing things — such practices establish ecologies of attention that can give coherence to our mental lives, as against the mental fragmentation that has become a defining feature of contemporary life.
    We need to reinterpret what are taken to be sources of unfreedom, in the morality of the virtual, and view them rather as the framing conditions for many of the most worthwhile human performances. This would be to shift one’s concern from freedom to agency. The imperative then is not to guard one’s independence, but to become skilled." ↩︎