Nieuw onderzoek naar de motieven van Trump-stemmers geeft een waarschuwing voor Vlaanderen, maar willen we die horen?

De populairste verklaring voor Trumps verkiezingsoverwinning gaat als volgt: blanke arbeiders keerden de Democraten massaal de rug toe, duwden met hun middenvinger op de knop en stemden Trump het Witte Huis in. Staten met veel blanke arbeiders zoals Pennsylvania, Michigan en Wisconsin kozen voor het eerst in dertig jaar Republikeins en bezorgden Trump zo een meerderheid in het Electoral College.

Die verklaring is niet fout, maar wel onvolledig. Naast twee derde van de blanke arbeiders stemde immers ook de helft van alle blanken met een hoger diploma voor Trump. Hun stem hield staten met een diverse en relatief hoogopgeleide bevolking, zoals Arizona, Georgia en North Carolina, in het Republikeinse kamp. Ze prefereerden waarschijnlijk een klassieke Republikein, want in 2012 deed Mitt Romney het merkelijk beter bij deze groep kiezers. Maar met tegenzin of niet, uiteindelijk was een groot deel van hen toch bereid om Trumps racisme en andere morele gebreken er maar gewoon bij te nemen. Door hun schouderophalen werd Trump ingezworen, en niet de eerste vrouwelijke president van de Verenigde Staten.

Mensen die zo anders zijn dan wij

Als die verklaring onvolledig is, waarom is ze dan zo populair? Waarom zie ik zoveel stukken over wapengekken, evangelische christenen, of de troosteloosheid in steenkoolgebied, zoals in de reeks 'De Trumpiaanse Revolutie' van De Standaard? Waarom lees ik zo weinig stukken over blanke hoogopgeleiden in keurige suburbs die op een racistische kandidaat stemden? Terwijl wij daar toch ook ervaring mee hebben: in 2004 haalde het Vlaams Blok 30 procent van de stemmen in de rijke rand rond Antwerpen.

Misschien focussen we ons graag op dat exotische beeld omdat het ons flatteert en troost. Wij, hoogopgeleide krantenlezers, staren met ongeloof en misprijzen naar mensen die zo anders zijn dan wij, met hun focus op abortus en wapens. Daardoor kunnen we onszelf wijsmaken dat een politicus zoals Trump hier geen kans heeft. Het enige probleem hiermee: het klopt niet.

Drie politicologen van de universiteit van Massachusetts onderzochten het stemgedrag van blanke Amerikanen. Ze ontdekten dat het ontkennen van racisme de belangrijkste voorspeller voor een Trump-stem is, na loyaliteit aan de partij. Wie akkoord gaat met uitspraken als "racistische voorvallen zijn zeldzaam en geïsoleerd" en "blanken hebben geen maatschappelijke voordelen door hun huidskleur" koos waarschijnlijk voor Trump. Het gaat dus niet over het expliciete racisme van neonazi's, maar over kleurenblinde overtuigingen die deel uitmaken van de mainstream.[1]

Cultuur belangrijker dan economie

Die racismeontkennende attitudes zijn belangrijker dan opleidingsniveau. Laagopgeleiden ontkennen vaker het bestaan van racisme dan hooggeschoolden, wat meteen twee derde van hun verschillend stemgedrag verklaart. Maar een universitair opgeleide die het wél eens is met de uitspraken hierboven, stemt waarschijnlijk ook op Trump.

Iemands huidskleur zegt bovendien niets over zijn stemgedrag. Minderheden stemmen minder vaak op Trump omdat ze minder vaak het bestaan van racisme ontkennen. Maar een Latino of zwarte die het bestaan van racisme wel ontkent, maakt evenveel kans om op Trump te stemmen als een blanke die dat doet. Ondanks (dankzij?) Trumps denigrerende uitspraken over Latino's kreeg hij 29 procent van hun stemmen, meer dan Mitt Romney in 2012.

Je hoort tot slot vaak dat Trumps verkiezing een reactie is op de economische gevolgen van de globalisering. Dat is overdreven. Iemand die ontevreden is over zijn economische situatie, stemt inderdaad vaker op Trump, maar dat effect is veel kleiner dan het effect van racismeontkennende attitudes. En het een beïnvloedt het ander nauwelijks: wie economisch ontevreden is, denkt daardoor amper anders over racisme dan wie het wel goed heeft.[2]

De Trump-kiezer wordt dus gekenmerkt door een culturele visie, niet door economische malcontentheid. En Trump won, door in te spelen op dat culturele onbehagen, meer stemmen op rechts dan hij verloor in het centrum. Die bevinding maakt de resultaten van dit onderzoek ook belangwekkend voor onze contreien. Want ook al is er hier minder economische ongelijkheid en is onze geschiedenis niet dezelfde, toch draait het debat hier om gelijkaardige culturele kwesties. Ook hier vinden veel mensen dat hun identiteit bedreigd wordt en dat racisme "relatief" is.[3] En ook hier worden die mensen door politici op hun wenken bediend.

De Lage Landen

Eerst even langs Nederland, zoals wel vaker luidruchtiger en dus duidelijker dan Vlaanderen. Daar werden anti-Zwarte Piet-activisten vorige maand door tegenstanders klemgereden op de snelweg.[4] De liberale premier Mark Rutte verdedigde daarop niet het recht op betogen, maar reageerde met "je wilt natuurlijk niet dat kinderen geconfronteerd worden met boze demonstranten". Zijn "doe normaal of ga weg"-brief inspireerde eerder al het populisme-light discours van zijn Vlaamse bijna-naamgenote.[5] Sybrand Buma, voorzitter van het christendemocratische CDA, maakte het enkele maanden geleden nog bonter. In een lezing zei hij dat de "gewone Nederlander" verweesd achterblijft terwijl zijn baan "wordt vergeven aan een immigrant". Immigranten zijn blijkbaar geen gewone Nederlanders. Zoals Sander Philipse terecht opmerkte: met zulke centrumrechtse politici heb je geen Geert Wilders meer nodig.

Maar ook in Vlaanderen hebben we geen gebrek aan dat soort politici. Liesbeth Homans en Theo Francken geven op Twitter hun beste Trump-imitatie[6], over Open Vld-voorzitster Gwendolyn Rutten had ik het al, en ook Bart De Wever heeft Trumps les begrepen. In Antwerpen test hij regelmatig uit hoever hij naar rechts kan opschuiven zonder het centrum te verliezen.​

Trumps overwinning suggereert een confronterend antwoord op die vraag: veel verder naar rechts dan we denken.

Tot slot: seksisme

Ik had het over attitudes ten opzichte van racisme, maar ook seksisme is een belangrijke verklarende factor. Trump-kiezers zijn het vaker eens met een uitspraak als "wanneer vrouwen van mannen verliezen onder faire omstandigheden, klagen ze vaak over discriminatie." Die twee factoren hangen samen: racismeontkenners zijn vaak seksisten, en omgekeerd.

YouTube-socioloog Pop Culture Detective heeft een razend interessant video essay over Donald Trumps seksisme.

Hij legt in het filmpje uit dat onze cultuur seksistische opmerkingen normaliseert. Seksisme wordt gepresenteerd als normaal of licht negatief, maar vooral als "not that big a deal" en "mostly harmless", bijvoorbeeld bij Barney Stinson uit 'How I Met Your Mother'. In zo'n omgeving is het dan ook niet verbazingwekkend dat Trumps "grab em by the pussy"-uitspraak door velen gezien wordt als kleedkamerpraat: af te keuren, maar verder niet zo belangrijk. Ik denk dat voor racistische uitspraken vaak iets gelijkaardigs geldt.


  1. Een goed voorbeeld van hoe kleurenblindheid racisme ontkent, is de reactie op 'Black Lives Matter'. Black Lives Matter is een beweging die aanklaagt dat minderheidsgroepen in de VS verhoudingsgewijs veel vaker het slachtoffer zijn van politiegeweld. Een steeds terugkerende en breed gedeelde reactie daarop is 'All Lives Matter'. Als statement op zich is dat misschien goedbedoeld, maar het houdt racisme in stand doordat het de realiteit ontkent. Onschuldige zwarten worden weldegelijk vaker doodgeschoten. All lives do not matter equally.

    Twee korte stukjes over Black Lives Matter vs All Lives Matter, die op een andere manier hetzelfde punt verduidelijken, vind je hier en hier. ↩︎

  2. Iets technischer: economische ontevredenheid en racismeontkennende attitudes hangen samen, maar dat betekent niet dat ze elkaar beïnvloeden. Wel dat er een derde, onderliggende, variabele is die beiden beïnvloedt: opleidingsniveau. Een laagopgeleide is vaker economisch ontevreden en ontkent vaker het bestaan van racisme, maar hij ontkent het bestaan van racisme niet doordat hij economisch ontevreden is. Dit alles nog steeds volgens het onderzoek dat ik aanhaalde. ↩︎

  3. In een lezing bij LVSV Antwerpen op 21 november 2017 vestigde professor Bart Kerremans de aandacht op een interessant fenomeen. Vergelijk beide kaarten hieronder. De eerste kaart toont, op county-niveau, de buurten die in 2000 weinig etnische diversiteit kenden maar in 2016 veel diverser waren. Het gaat bijna altijd om buurten die in 2000 exclusief blank waren, en de okergele kleur geeft de grootste stijging weer:


    De tweede kaart toont, wederom op county-niveau, de plaatsen waar Donald Trump het in 2016 beter deed dan Mitt Romney in 2012. Hoe donkerder het rood, hoe groter de stijging.

    Dit is natuurlijk slechts een correlatie, geen oorzakelijk verband - daarvoor is meer onderzoek nodig. ↩︎

  4. Ik schreef vorig jaar twee stukken over het probleem met Zwarte Piet: Wat als... Zwarte Piet een Jood was? en Mijn egoïstisch probleem met Zwarte Piet. ↩︎

  5. Ik gebruik de term 'populisme' hier onnauwkeurig. Politicoloog Cas Mudde legt uit: populisme stelt dat er een homogeen volk is dat onderdrukt wordt door een corrupte elite. Dat kan links of rechts ingevuld worden. Het populisme van Wilders, Le Pen of Dewinter wordt gekenmerkt door nativisme: mensen en ideeën die niet 'van hier' zijn, bedreigen onze homogene natiestaat. Rutte(n) en Buma voeren dan een nativisme-light discours, al wordt de grens tussen rechts en extreemrechts steeds troebeler. ↩︎

  6. Voor de 'Mad Men'-kijker. Trump toonde politici dat je in veel grotere mate dan gedacht op de onderbuik kan spelen, rechters in diskrediet kan brengen, enzovoort, en er nog mee weg kan komen ook. Soms beeld ik me in dat sommige politici op dezelfde manier reageerden als Don Draper in deze scene.

    Pete Campbell (weglopend uit een saaie meeting): Don, I give you my proxy, I have things to do.
    Don Draper (verveeld en verbaasd): We can do that?

    ↩︎