Het eerste deel van dit stuk ging over hoe we te weinig appreciëren dat we in een wereld van overvloed leven. We moeten burn-outs niet aanpakken door het systeem te veranderen dat ons die overvloed geeft, maar wel door zelf andere keuzes te maken. Om daarvoor inspiratie te vinden, kunnen we kijken naar onze omgang met die andere welvaartsziekte: obesitas.


Obesitas, net als burn-out een gevolg van onze wereld van overvloed, is één van de grootste bedreigingen voor onze gezondheid de volgende eeuw.[1] Het is dan ook vreemd dat we zo anders over deze problemen praten. Als het over burn-outs gaat, willen de meeste commentatoren het systeem fundamenteel veranderen: een 30-uren week, een basisinkomen, etc. Bij obesitas is dat niet het geval, en ligt de nadruk meer op bewustwording.[2]

Onze conversatie over burn-outs kan veel leren uit hoe we omgaan met obesitas.

We hebben een maatschappijbreed cultureel leren, waarbij gewezen wordt op de gevaren van te calorierijk en ongezond eten. We klagen niet dat Coca-Cola ons dik maakt met suikerdrank en dat de overheid daar iets aan moet doen.[3] Nee, we herinneren elkaar eraan dat cola onze gezondheid schaadt. We verspreiden de kennis dat water drinken beter is. Onze culturele ruimte wordt bedolven onder adviezen over hoe gezonder te leven, over hoe we ons instinct om te eten wat zoet en vettig is kunnen omzeilen.

Die maatschappelijke conversatie werkt. We hebben tienduizend jaar nodig gehad om ervoor te zorgen dat bijna iedereen voldoende te eten heeft. Obesitas vormt pas de laatste vijftig jaar een probleem. In die korte tijdspanne ontstond al een tegenbeweging, die begon bij hoogopgeleiden maar doorsijpelde in alle lagen van de maatschappij.[4] Voor de eerste keer in de geschiedenis zijn rijken slanker dan armen.[5]

Individuen verschillen in hoe ze met een overaanbod aan calorieën en mogelijke levens omgaan. De meeste mensen worden niet obees, net zoals de meeste mensen geen burn-out of depressie krijgen. We slagen erin om al bij al best goed om te gaan met onze wereld van overvloed.[6] Dat neemt niet weg dat iedereen het soms moeilijk heeft, en sommigen vaak of altijd.

Daarom is het belangrijk dat we nadenken over hoe dat cultureel leren over burn-outs eruit zou kunnen zien.

Wanneer ik wat bijkom, is er geen tekort aan vrienden die me daar (goedbedoeld) op wijzen. Het zou even sociaal aanvaard moeten zijn om iemand erop te wijzen dat hij of zij wat meer tijd voor zichzelf moet nemen[7]. Gewoon in groep, op café, niet in een één op één gesprek wanneer het eigenlijk al drie maanden te laat is. Zoals we allemaal meehelpen aan een wereld waarin mensen gezonder eten, kunnen we een sociale wereld creëren waar we onze ongemakkelijkheid overwinnen en we over moeilijkheden kunnen praten voor het problemen worden. Zo kunnen we bijdragen aan het maatschappijbrede bewustwordingsproces over burn-outs.

Opiniestukken die klagen over het systeem zijn contraproductief. Ze brengen niets bij, want ze leiden de conversatie weg van waar ze over zou moeten gaan: het culturele leren dat we nodig hebben om beter te leven in deze wereld van ongekende mogelijkheden.

Die vriendin die te hard moet werken voor te weinig appreciatie van haar baas heeft geen "Dat is werk, wat doe je eraan" nodig. Dat suggereert dat enkel een systeemaanpassing een oplossing kan bieden, terwijl ze meer zou hebben aan motivatie voor en steun bij het zoeken van een nieuwe job.

Wie horendol wordt omdat hij constant bereikbaar moet zijn of wie elke keer voor het slapengaan nog eens zijn mailbox checkt heeft niets aan geklaag over het systeem[8], maar wel aan een praktische handleiding die hem in staat stelt zijn gedrag te veranderen[9].

Bewonder vrienden niet omdat ze een voltijdse job combineren met sporten en drie hobby's, maar wijs hen erop dat dat op lange termijn misschien niet houdbaar is. Moedig kennissen aan naar hun lichaam te luisteren in plaats van zij die zichzelf voorbij hollen te fêteren.

Laten we elkaar steunen om de valstrikken die eigen zijn aan onze moderne tijd te vermijden. We hebben meer mogelijkheden dan ooit, dus we moeten logischerwijs leren om meer "nee" te zeggen.

We hebben geluk dat we in deze wereld van overvloed ons eigen leven kunnen creëren. Wie voldoening haalt uit lang en hard werken, kan dat. Wie het graag kalmer aan zou doen, kan dat.[10] Daarvoor hoeft het systeem niet te veranderen, want niet het systeem houdt ons tegen om een leven te creëren dat beter bij ons past maar wijzelf.

Het is dubbel jammer dat net Sarah van Liefferinge zo'n klagen-over-het-systeem opiniestuk geschreven heeft. Ze is namelijk de ideale persoon om bij te dragen aan de conversatie over cultureel leren. In 2014 schreef ze dat ze deeltijds werkt: "Minder loon, geen luxueuze aankopen, geen exotische reizen. Tijd voor boeken, sport, vrienden, cultuur en het meebouwen aan een burgerrechtenbeweging."[11]

Hopelijk schrijft ze ooit een stuk over hoe ze die stap heeft gezet en of die de moeite waard is. Wat ze heeft bijgeleerd. Wat er moeilijk aan is. Hoe ze omgaat met de Facebookfoto's van vrienden op reis in Ecuador. Hoe ze ons kan motiveren om hetzelfde te doen, als we daar behoefte aan hebben. Zo'n stuk zou helpen om beter te leven in deze wereld van ongekende mogelijkheden. Ik zou het met plezier lezen.



  1. Wereldwijd, niet enkel in het Westen. https://en.wikipedia.org/wiki/Obesity ↩︎

  2. Natuurlijk worden er vraagtekens bij de agro-industrie gezet, en met reden (GMO's, zadenmonopolies, klimaatimpact, monocultuur, ...). Maar niet omdat ze erin slaagt zoveel calorieën te produceren dat we onszelf obees kunnen eten. Dat zou wel erg ondankbaar zijn, na millennia van honger. ↩︎

  3. De suikertaks is eerder gerommel in de marge dat meer dient om de begroting op te smukken dan om een gedragsverandering te bewerkstelligen. ↩︎

  4. Uiteraard gaat dit proces nog door. ↩︎

  5. Toch in het Westen. In sommige derdewereldlanden is een Rubensiaans lichaam nog een teken van welstand, zoals dat vroeger bij ons ook was. Maar dat zal niet lang meer duren, wanneer ook daar iedereen voldoende calorieën heeft en een slank lichaam de manier is om jezelf te onderscheiden. ↩︎

  6. Sarah Van Liefferinge beweert dan wel "Zowat iederéén in deze samenleving loopt op de toppen van zijn of haar tenen", maar het is mij een raadsel waar dat op gebaseerd is. ↩︎

  7. Of wat minder hard moet werken, of misschien wat harder. ↩︎

  8. In Frankrijk werd per wet vastgelegd dat je na het werk niet hoeft te antwoorden op e-mails van je baas (De Standaard). Ik vind het bedroevend dat hoogopgeleide kenniswerkers er niet in slagen hun baas te overtuigen zijn foute managementtheoriën te laten varen, al was het maar door voor andere bedrijven te gaan werken. Dat zegt volgens mij vooral veel over hoe we voor steeds meer problemen in ons leven naar de overheid kijken en vergeten dat we ook zelf actie kunnen ondernemen. ↩︎

  9. Ik kan de blog van Cal Newport van harte aanraden. Ook zijn boeken So Good They Can't Ignore You en Deep Work zijn een must read voor wie in deze geconnecteerde wereld vol sociale media zijn carrière en leven in handen wil nemen. ↩︎

  10. Je moet natuurlijk wel bereid zijn om de gevolgen van die keuze, een leven met minder materiële luxe, te aanvaarden. ↩︎

  11. In Knack. ↩︎