In Oorlog en Terpentijn beschrijft Stefan Hertmans hoe zijn grootvader Urbain, dertien jaar, op zoek moet naar een nieuwe job. We bevinden ons in Gent, begin vorige eeuw:

"Na nog een paar weken van zoeken en proberen komt hij terecht in de ijzergieterij. Zwaar werk, een jongen van amper dertien die de eerste dagen verloren rondloopt in de oorverdovende herrie, tussen de met zware brokken ijzer sjouwende mannen, in de laaiende hitte bij de ovens en het alom roepen en tieren, onder de ruwe grappen en de giftige walm die op de longen slaat. Sommige mannen hebben een bleke glans over hun ogen gekregen door het werken in de gloed. Anderen hebben een soort klompvoet, omdat ze bij de oven in vloeibaar ijzer zijn terechtgekomen. Ze lijken op goedige demonen, dwalend in een onderwereld, gelaten en taai, ingekeerd en verbeten."

Just another day at the office voor Urbain. (Een werkdag van tien à twaalf uur, zes dagen per week). Tot er iets foutloopt:

"De vurige stroom gulpt algauw over de kroes, die hij uit alle macht recht probeert te houden; er wordt gebruld dat de kroes niet mag omslaan, hij voelt hoe de hitte hem opslokt, hij wordt verblind, levend verbrand, een waas trekt door zijn hoofd en plots is het oorverdovend stil. De vuurstroom gulpt over het bekken, zijn handen lijken verdwenen. Rond zijn klompen zoekt het vloeibare ijzer zijn weg, hij voelt hoe ze kraken onder de gloeiende druk - hij denkt aan klompvoeten, hij kan niet weg, de hitte verdooft hem, het tieren en schreeuwen ebt weer weg."

[De stroom gloeiend heet vloeibaar ijzer wordt gestremd.]

"Zijn in elkaar gedrukte klompen zitten vast in het gestolde ijzer, een man komt aanlopen met een breekijzer om ze rond zijn voeten weg te breken. Als hij ten slotte uit de gebroken klompen wordt getild en weggedragen, braakt hij het weinige uit dat hij gegeten heeft die dag. Men legt hem op de binnenkoer, waar hij langzaam bijkomt."

Het tafereel sprak me aan, bleef me bij, en niet alleen door Hertmans' vakmanschap.

Enkele uren nadat ik dit fragment las werd een stuk van Sarah van Liefferinge druk geshared op Facebook. De woordvoerster van de Piratenpartij heeft het in We zijn doordrongen van het waanidee dat we keihard moeten werken om aanspraak te maken op het goede leven over de toenemende emotionele ellende in onze maatschappij (burn-outs, depressies, verslavingen, ...).[1] Haar verklaring daarvoor:

We laten ons collectief beroven van onze vrije tijd en energie. Haast niemand vindt voldoende tijd om te genieten en na te denken, om te creëren en te ondernemen, om te ontdekken en te studeren, om te zorgen voor onze kinderen en onze ouders.

Ik kon me enkel bedenken: zou ze tegen Urbain durven zeggen dat ze te weinig vrije tijd heeft, te weinig tijd vindt om te creëren? Is er iemand onder ons die tegen zijn grootouders zou durven klagen dat ze te weinig tijd heeft om te ontdekken en te studeren? Is er iemand die zijn ouders recht in de ogen durft kijken en zeggen "Ik vind niet voldoende tijd om te genieten en na te denken"?

Nee toch?

Meer vrije tijd

We werken minder dan ooit tevoren. Het aantal gewerkte uren per week is sinds de tijd van Urbain gehalveerd.[2] De afgelopen decennia is de lengte van de werkweek stabiel gebleven, terwijl het aantal mensen dat hulp zoekt voor mentale problemen explodeerde. Dat zou ons kritisch moeten stemmen voor de suggestie dat de oplossing ligt in een verkorte arbeidsduur en meer vrije tijd, zoals vanuit verschillende hoeken (de PvdA, sommige voorstanders van het basisinkomen, Femma) wordt beweerd.[3]

Maar goed, stel dat meer vrije tijd inderdaad de oplossing is, dan kunnen we die kopen. Uitgedrukt in wat je met een uurloon kan kopen, verdienen we immers steeds meer. Wie anno 2016 tevreden is met dezelfde levensstandaard als zijn ouders dertig jaar geleden (twee weken vakantie in de Eiffel, een Ford Escort, nauwelijks op restaurant, ...) moet lang niet voltijds werken om die te betalen.

De bekende econoom John Keynes voorspelde in 1930 dat we nu nog maar vijftien uur per week zouden werken. Een werknemer produceert nu meer per gewerkt uur, dankzij technologische vernieuwingen, betere technieken, beter onderwijs. Die productiviteitswinst kunnen we omzetten in vrije tijd, door minder te gaan werken. Of we kunnen evenveel blijven werken en de productiviteitswinst besteden aan consumptie. Kenyes dacht dat we zouden opteren voor meer vrije tijd. Hij was fout. We kiezen er bijna allemaal voor om meer te consumeren. (Ook geld uitgeven aan 'dure' vrije tijd zoals reizen of festivals valt onder consumeren.)[4]

Beste wereld ooit

Dat is ook logisch. Zowel op gebied van consumptie als van vrijetijdsbeleving hebben we veel meer opties dan onze ouders toen zij onze leeftijd hadden. We krijgen meer voor dezelfde prijs, en doen dingen waarvan onze ouders nog niet droomden. Wie in 2003 voor 75 euro een Nokia 3310 kocht, krijgt daarvoor nu een smartphone met betere specificaties dan mijn desktop toen. Het internet en de liberalisering van de luchtvaartsector hebben verre reizen goedkoper en gemakkelijker gemaakt. Voor wie thuisblijft is er een overdaad aan muziekfestivals. Maar het gaat niet enkel over luxe. In de gezondheidszorg is de afgelopen twintig jaar de opvolging en behandeling van diabetes veel goedkoper en gemakkelijker geworden, net als het opsporen en behandelen van de meeste kankers.[5] De maatschappij kan het zich veroorloven om beter en langer onderwijs aan te bieden. Zo kan je nog wel even verder gaan.

Elke keer je je geld uitgeeft aan een reis naar IJsland, een smartphone of een muziekfestival, kies je voor een leven met meer werk en minder vrije tijd. Dat is een verdedigbare trade-off, maar besef dan ook dat je daar zelf voor kiest.[6] Als je die dingen niet doet, kan je met het uitgespaarde geld deeltijds gaan werken. Voor wie nu opwerpt dat zijn job zoveel voldoening schenkt en dat hij daarom voltijds wil blijven werken: je kiest jobvoldoening boven meer vrije tijd. Same thing.

Dat we die keuze kunnen maken is een ongelooflijke luxe. Op eender welk gebied leven we in een wereld van overvloed. We moeten dat veel meer beseffen en dankbaar zijn dat we in de beste tijd ooit leven. Dat we op citytrip naar Krakau kunnen, gezonde mensen bijna niet meer sterven aan longontstekingen, Facebook hebben, kunnen klagen over te calorierijk eten, dat ik als kleinkind van een boer en een hovenier een universitair diploma heb... In het licht van de geschiedenis is dat niet minder dan een mirakel. We mogen elke dag dankbaar zijn dat we niet op ons dertiende naar de ijzergieterij moeten.[7]

Maar die wereld van overvloed komt met zijn eigen problemen. De mogelijkheden zijn groter dan ooit, de verwachtingen hoger dan ooit. Niet iedereen kan daar even goed mee om. Er zijn meer mensen met een burn-out of depressie, en de individuele en maatschappelijke kost daarvan is groot. Daar moeten we een antwoord op vinden.

Ik doe een bescheiden poging in deel twee.


  1. In welke mate de stijging van burn-outs en depressies komt doordat die nu vaker gediagnosticeerd worden, is een open vraag. Het lijkt echter niet zo te zijn dat enkel een betere diagnosticering de stijging kan verklaren.
  2. Voorstanders van een 30-uren werkweek verwijzen vaak naar dezelfde studie in een Zweeds rusthuis (in Svartedalens), andere studies schetsen een minder duidelijk beeld. Belangrijker is het volgende: het is niet omdat de 30-uren week op korte termijn tot een verhoogd geluksniveau leidt, dat dat ook zo blijft op lange termijn wanneer ze het nieuwe normaal geworden is. Urbain zou moeilijk kunnen geloven dat mensen met een 38-uren werkweek zouden pleiten voor een 30-uren week omdat ze dan pas genoeg vrije tijd zullen hebben om gelukkig te worden.
  3. Misschien zegt het aantal gewerkte uren niet alles, en is de stijgende werkdruk het grote probleem. Dat kan best meespelen, maar kan nooit de hoofdverklaring zijn - tenzij iemand wil beweren dat onze jobs zwaarder zijn dan die in de ijzergieterij of op het veld honderd jaar geleden.
  4. Het onderwijs is een van de sectoren met de meeste burn-outs. Het is ook een sector met een relatief korte werkduur, wat iedereen die heil verwacht van een arbeidsduurverkorting op zich zou moeten doen stilstaan. Het onderwijs is de laatste decennia stevig vervrouwelijkt, vrouwen die ook nog eens bijna allemaal een gelijkaardig karakter hebben: zorgend en betrokken (volgens een persoonlijkheidsdoorlichting op de lagere school waar mijn vriendin als onderwijzeres werkt). Is het grotere aantal burn-outs een gevolg van een unieke werkdruk in het onderwijs? Komt de stijging doordat het onderwijs meer dan vroeger bestaat uit mensen met een persoonlijkheid die vatbaarder is voor een burn-out? Of is het omdat het in het onderwijs relatief gemakkelijker is om je te 'outen' dan in andere, hardere sectoren? Ik weet het niet, maar het zijn interessante vragen.




  1. In We zijn doordrongen van het waanidee dat we keihard moeten werken om aanspraak te maken op het goede leven, verscheen in Knack op 30/11/2016 ↩︎

  2. https://ourworldindata.org/working-hours/ ↩︎

  3. PvdA: http://pvda.be/artikels/pvda-lanceert-lentecampagne-30-uren-week-op-1-mei
    Voorstanders basisinkomen: het stuk van Sarah van Liefferinge dat ik al aanhaalde in voetnoot 1, bijvoorbeeld.
    Femma: http://www.femma.be/nl/blog/categorie/arbeid-en-zorg

    Laat me deze voetnoot gebruiken om enkele opmerkingen te maken die niet in de tekst passen.
    ↩︎

  4. https://bankunderground.co.uk/2016/09/06/robot-macroeconomics-what-can-theory-and-several-centuries-of-economic-history-teach-us/ ↩︎

  5. Beide verbeteringen hebben een direct positief effect op de levenskwaliteit van honderdduizenden Vlamingen. ↩︎

  6. Ik heb gekozen voor voorbeelden uit mijn leefwereld, mensen van rond de 30 die meestal geen kinderen hebben. Maar het punt geldt ook voor wie niet zoveel geeft om reizen en liever geld spendeert aan een nieuwe keuken of een grotere auto. Zelfs wie tot het armere deel van de bevolking behoort, leeft luxueus in vergelijking met honderd jaar geleden. (Lager opgeleiden, die vaker arm zijn, krijgen trouwens niet vaker dan hoogopgeleiden een burn-out.)
    Wie kinderen heeft zit in dezelfde situatie: er is zoveel beschikbaar dat er vroeger niet was. Dat je iets in de eerste plaats voor je kind doet, neemt niet weg dat je in essentie dezelfde trade-off maakt. Zomerkampen, tripjes naar de Efteling en twee georganiseerde hobby's per kind: letterlijk onvoorstelbaar voor Céline, de ploetermama van Urbain. ↩︎

  7. Je hoeft zelfs niet naar het Gent van honderd jaar geleden te kijken, op andere plaatsen in deze wereld hebben mensen in 2016 nog een leven als dat van Urbain. ↩︎